1. Der bus (of das, dem, den, die?)
mei 14th, 2011 § Geef een reactie
Zomaar een Duits tankstation. Een Duitse bus. Een Duitse chauffeur. Een groepje pubers rond een tafeltje in een verlaten wegrestaurant. Half vijf ’s nachts. Ik neem u mee voor een reis langs skipistes, slapeloze momenten in een bus en schitterende berglandschappen.
Het begon allemaal zaterdag, waar tientallen ouders hun kinderen stonden uit te zwaaien. De bus reed naar Houten om daar skispullen en een vierde begeleider (mag ik aan u voorstellen; Elmar) op te halen. Vanaf daar reden we naar Keulen, waar buschauffeur Willy na enige vertraging het stuur overnam. In de bus werd het langzaam donker en hobbelend over Duitse wegen vielen sommigen van ons in slaap. Velen niet.
Het werd langzaam één uur. Twee uur. Drie uur. Om half vijf stonden we driekwartier stil bij een Duits wegrestaurant. Om half zes hebben we een Duitse zon op zien komen, om half zeven zagen we bergen, om half negen zagen we bergen met sneeuwtoppen en om half elf arriveerden we bij Haus Brunhilde.
Het luik ging open. Onder in het bagageruim lagen ski’s, snowboarden, skistokken, schoenen en tassen. We pakten het uit, aten een broodje en stapten in de bus, niet wetend wat ons te wachten stond.
Dit is het eerste deel van een verslag van onze werkweek naar Oostenrijk, meer info is te vinden op http://alp-x-11.hyves.nl/.